Thomas Siffer ken je misschien als journalist, presentator, hoofdredacteur van Story, columnist of ... wereldreiziger? Hij vertrok in 2002 op een driejarige zeilreis rond de wereld met zijn gezin. Een reismicrobe in het bloed zou je denken? We vroegen ons af hoe hij besmet raakte en kwamen tot de ontdekking dat hij in 1981 met YFU op uitwisseling trok naar de Verenigde Staten! We laten Thomas aan het woord over zijn ervaring als uitwisselingsstudent.
Op uitwisseling gaan is niet altijd rozengeur en maneschijn. Dat kan Thomas je wel vertellen. Je jaar kent hoogte –en laagtepunten, voor de ene zijn er al wat meer pieken, voor de ander wat meer dipjes. Er zijn immers zoveel factoren die je ervaring beïnvloeden en ieders ervaring is uniek. Je hiervan bewust zijn is erg belangrijk en met wat doorzettingsvermogen, een positieve ingesteldheid en een gezond relativeringsvermogen kan het tij immers ook even snel keren.
Zo ook Thomas’ ervaring, hij vond het ondanks een reeks tegenslagen, toch een erg waardevolle ervaring.
Het heeft aan een zijden draadje gehangen. Niettegenstaande ik een redelijk goeie student was en voor geen enkel vak was gezakt, kreeg ik in mijn laatste jaar humaniora een C-attest wegens wangedrag - een wonderlijke uitwas van het pilootjaar Vernieuwd Onderwijs waarin ik zat. Gelukkig waagden mijn ouders het er op en lieten ze me toch vertrekken naar Detroit. Dat verloren jaar zou ik later wel goedmaken. En dat deed ik ook. Van zij die in mijn laatste humaniora-jaar zaten, was ik bij de eerste die zijn universiteitsdiploma haalde.
Ik had Detroit gekozen omdat ik in het hart van de echte Verenigde Staten wilde leven. Ik kwam in een residentiële buitenwijk van die stervende industriestad terecht, in een disfunctioneel gezin met een hysterisch dominante moeder, een zachtaardige maar afwezige vader, een homosexuele oudere broer, een tweede broer die sportfreak was, en een diepgelovige zus wiens speeltje ik moest zijn maar die mij gelukkig snel haatte. Tegen kerstmis leefde ik als een kluizenaar in dat gezin. De ergernissen waren wederzijds. Ik had moeten verhuizen, besef ik nu, maar bleef voor die keren dat die oudste broer terug van college kwam. Hij werd mijn beste vriend, maar ik zag hem te weinig.
Het was een wonderlijk jaar. Ik heb mijn vrienden thuis en onze Europese gewoonten ongelooflijk hard gemist, kon maar moeilijk aarden in die vreemde conservatieve Amerikaanse cultuur, maar vond het allemaal even fantastisch. Ik had een pak vrienden, ik deed aan heel veel schoolactiviteiten mee, deed mijn best op school en had nu en dan een liefje. Ik was zelfs de date van de Homecoming Queen.
Ik heb nog steeds frequent contact met mijn oudste broer van toen. En ik ben laatst nog op bezoek geweest bij de familie. Dat was leuk. Maar veel hadden we elkaar niet te vertellen.
Ik vond het wel erg jammer dat ik als uitwisselingstudent in de USA niet met een auto mocht rijden, in de Motor City nota bene, waardoor ik erg afhankelijk van de goodwill van anderen was.
Heb ik veel bijgeleerd? Ik denk van wel. Ik heb geleerd hoe hard het is je eenzaam te voelen. Ik heb gevoeld hoe eng en gevaarlijk Amerikanen denken. En ik heb me er geoefend in het schrijven, van dagboeken en brieven. Pakken papier heb ik volgepend.
Ik kan het elke jonge mens aanbevelen een jaar lang het anker los te gooien en een bad te nemen in een andere cultuur. Het opent je ogen. Het maakt je minder bang. Het maakt je zelfstandig en onafhankelijk. Het leert je ook waarderen wat je thuis hebt.
Maar ik zou niet meer naar de States gaan. Ik zou niet mee zo hard kiezen voor een leerrijke ervaring, maar meer voor puur plezier. Een warm land. Warme open mensen. Toen kon ik slechts kiezen uit één land. Nu zou ik naar Australië gaan. Of Nieuw-Zeeland.
Maar een jaar lang weg gaan van thuis, dat zou ik zeker opnieuw doen. Onmiddellijk.


